‘Werken in het buitenland maakt je zelfbewuster’


interviews

De helft van de searches die Herman Rutgers doet is voor posities met een internationale verantwoordelijkheid. Hoe is het om in het buitenland carrière te maken? En waarin verschilt het communicatie-vak in het buitenland met hier in Nederland?  Médard Schoenmaeckers werkt en woont sinds 2006 met zijn gezin in het buitenland. ‘De wereld is een stuk interessanter wanneer je hem groter ziet dan alleen vanuit het perspectief van je geboorteland.’

Foto: Médard Schoenmaeckers

Het inkomende telefoontje komt precies op het afgesproken tijdstip, zodat voorspelbaar is wie de persoon is die ‘Anoniem’ belt. Médard Schoenmaeckers, Head Group Internal Communications bij Credit Suisse in Zürich, verontschuldigt zich met een lachje: ‘Ik wist niet dat mijn naam niet in het scherm verschijnt; dat heeft de bank zo geregeld. Dit is meteen al een mooi voorbeeld van de Zwitserse volksaard: Zwitsers hechten sterk aan privacy. Ze zijn heel ingetogen en laten niet snel het achterste van hun tong zien. Dat is ook de reden waarom Zwitserland lang bekend stond als een land in Europa waar je anoniem je vermogen kon neerzetten. Ik dacht net als veel mensen dat dit puur business-gedreven was, maar inmiddels weet ik dat het alles te maken heeft met de diepgewortelde Zwitserse cultuur.’

Nieuwsgierigheid loopt als een rode draad door het leven en werk van de 49-jarige Médard Schoenmaeckers. ‘Je moet nieuwsgierig zijn om naar het buitenland te gaan en graag nieuwe dingen leren.’ Voeg daarbij een grote maatschappelijke betrokkenheid en zijn talent en voorliefde om bedrijven die in transitie zijn te begeleiden bij hun transformatie, en je begrijpt iets meer van het CV van de bankier die in 2001 switchte naar communicatie. Daarna werkte hij negen jaar in de wereld van life sciences, vitamines en landbouwproducten: eerst bij DSM en vanaf 2006 bij Syngenta in Bazel. Om uiteindelijk naar de bankwereld terug te keren als Global Head of Communications bij HSBC, de grootste bank in het Verenigd Koninkrijk en Europa en de vijfde bank van de wereld.


Hoe gemakkelijk is het om steeds opnieuw naar een ander land te verhuizen?
‘Het is investeren. Ik ben vrij introvert en het kost mij best veel energie om nieuwe netwerken op te bouwen. Toch is het de enige manier om nieuwe mensen te leren kennen. Je moet het echt leuk vinden of echt willen. En ervoor openstaan om dingen anders te doen en je aan te passen. Dat vind ik ook mooi aan in het buitenland werken: het maakt je een stuk zelfbewuster. Je leert jezelf beter kennen. Je ontdekt dat je aanvankelijk heel erg vanuit je eigen cultuur en opvoeding denkt. Je gaat bewuster nadenken: waarom doe ik de dingen die ik doe en waarom doet een ander ze op een heel andere manier? Er is niet één weg en er is altijd een context, een reden, waarom dingen gaan zoals ze gaan.’

Het communicatie-vak maakt gebruik van steeds geavanceerdere technologie en middelen. Alleen de snelheid waarmee dat gebeurt en de mate waarin, verschilt per land.

Wat zie jij als de belangrijkste veranderingen in de twintig jaar dat jij grote internationale organisaties in drie verschillende landen hebt geadviseerd en begeleid?
‘Bedrijven zijn zich veel meer bewust geworden van de verantwoordelijkheid die ze hebben naar de samenleving en ze willen daar een actieve rol in spelen. Transparantie en engagement zijn belangrijker dan ooit. Deze trend zie je in de hele westerse wereld.
‘Het communicatievak maakt gebruik van steeds geavanceerdere technologie en middelen. Alleen de snelheid waarmee dat gebeurt en de mate waarin, verschilt per land.

‘Ik kan jaloers kijken naar mijn collega’s bij Nederlandse banken. Zij communiceren heel modern en vrij: de baas doet zijn das af en heeft er geen probleem mee om voor de camera te gaan staan voor een video-post. Daarin zie je de Nederlandse mentaliteit weerspiegeld: down-to- earth, iedereen doet mee, op basis van gelijkheid – men staat open voor nieuwe dingen. In de City in Londen en zeker ook in Zwitserland gaat dat proces veel langzamer.

‘De Engelsen zijn eilanders: hun zelfbeeld wordt bepaald door de benchmark met zichzelf in plaats van een benchmark met de internationale gemeenschap. Dat vond ik soms lastig in discussies, doordat ik wel die bredere, internationale kijk op de zaken had. Het Verenigd Koninkrijk denkt over zichzelf dat het veel moderner is dan het in de werkelijkheid en in de internationale perceptie is. ‘Er is ook een sterke verwevenheid tussen de media en de politiek in Engeland: de media zijn de spreekbuizen van de grote politieke partijen. Daar moet je rekening mee houden. ‘Nederland is daarbij vergeleken heel neutraal en Zwitserland nog veel neutraler. In Zwitserland is alles wel weer veel hiërarchischer georganiseerd en kiest men de weg van de geleidelijkheid, waardoor het verstandiger is om een goed idee in vijf stappen neer te leggen, in plaats van dat in één keer te doen.’

Om meer ideeën en een bredere visie te krijgen gaan we Dutch

‘Soms gebruik ik bij Credit Suisse bewust de consensus-gedreven en transparante stijl die we in Nederland gewend zijn, om te zorgen dat meer mensen aan het woord komen en we meer ideeën op tafel krijgen en een bredere visie. Dan zeg ik: we gaan even Dutch. Dat werkt goed. Je moet dat wel doen op een manier waarvan je weet dat mensen het zullen accepteren en begrijpen. Je kunt geen knuppel in het hoenderhok gooien.’

Wat kunnen we hiervan leren?
Lacht: ‘Laten we het eens omdraaien en de vraag stellen: wat kunnen anderen van ons Nederlanders leren? Ik ben nu 12 jaar weg uit Nederland en ik bewonder de manier waarop we in Nederland communiceren. We proberen dingen echt anders te doen, lopen voorop in duurzaamheid, we durven echt. Nederlandse banken als ING en ABN Amro hebben een moderne, consumentgerichte stijl van communiceren waar ze in Engeland en Zwitserland nog veel van kunnen leren.’

‘PR? Is dat de P van profit en de R van result?’
Al in zijn studententijd – rechtsgeleerdheid in Leiden, bedrijfseconomie en later een MBA aan Nyenrode – wist Médard dat de scope van zijn werk later internationaal moest zijn. Maar dat hij het bankiersbestaan zou inwisselen voor de communicatiewereld, dat heeft hij zelf niet zien aankomen.

Het kwam allemaal door Lex Schoevers en Frans van der Grint,  respectievelijk oprichter en destijds ceo van Hill+Knowlton in Amsterdam. En misschien door zijn vrienden- en studentennetwerk, denkt Médard: ‘Zij zagen meer een communicatieman in mij dan ikzelf.’ Hij zat in Londen voor ABN Amro en had het daar naar zijn zin, toen hij gebeld werd door een headhunter: of hij wilde praten over een overstap naar de PR. ‘Ik had geen idee, dacht bij wijze van spreken dat de P stond voor profit en de R voor result.’  Hill+Knowlton wilde een praktijk beginnen die exclusief gericht was op financiële communicatie en investor relations advies. Ze beseften dat het handig was om naast de zeer goede communicatiemensen die ze zelf hadden,  iemand aan te trekken met verstand van bankzaken.

‘Ik was erg nieuwsgierig en geïnteresseerd. We spraken op vrijdagavond af op Schiphol, zouden eerst een uurtje praten, dat liep uit op een dinertje, daarna hebben we het weekend verder gepraat en op maandag ben ik naar Londen gegaan om mijn baan op te zeggen. Wat me aansprak was dat de organisatie veel kleiner was, het voelde veel ondernemender en ik zag de stap als een kans om iets heel nieuws op te bouwen.’

Waarom wilde je na iets meer dan twee jaar Hill+Knowlton Financial Media Relations Manager worden bij DSM?
‘DSM was een klant van Hill+Knowlton en zat middenin de transformatie van bulkchemie naar vitamines en high performance materialen. Ik vond dat zeer interessant en wilde daar dichter op zitten dan ik als consultant vanuit Hill+Knowlton kon doen, om die transformatie van nabij zelf mee uit te kunnen voeren.
‘Een onderdeel van de turnaround-strategie van DSM vormde de acquisitie van de vitaminepoot van Roche. De overname bracht mij veel in Bazel en daar werd ik gespot door Syngenta, de grootste producent van zaden en pesticiden in de wereld. Zij hebben mij laten benaderen door een headhunter en zo kwam ik in 2006 in Bazel bij Syngenta terecht.’

Hoe was jouw privésituatie toen je verhuisde naar Bazel?
‘Ik was getrouwd, had een dochter van twee en mijn vrouw was zwanger van onze zoon. We vonden het allebei een goed moment in ons gezinsleven om naar het buitenland te gaan.
‘We besloten meteen dat we niet als expats wilden gaan leven. We brachten de kinderen wel naar een internationale school, zodat zij Engels zouden leren. Het gaf ons ook toegang tot de internationale community in Bazel, dat vonden we belangrijk, je treft daar allemaal gelijkgezinden die elkaar nodig hebben. Maar ons sociale leven hebben we lokaal ingericht. De kinderen gingen paardrijden bij de lokale boer, kregen zwemles in het openbare zwembad, voetbalden bij de lokale club en wij woonden in een gewone Zwitserse straat, niet in een expat-buurt.’

Na acht jaar Bazel verhuisden jullie in 2014 naar Londen voor, opnieuw, een baan in de bankwereld. Waarom?
‘In 2011 was duidelijk dat de financiële crisis nog wel even zou voortduren en dat de zaken structureel anders moesten in de financiële wereld. Ik vond dat de banken communicatie-technisch slecht omgingen met de crisis en dacht dat ik als oud-bankier met inmiddels elf jaar ervaring in corporate communicatie van waarde zou kunnen zijn. Ik heb met verschillende banken gesproken, omdat ik er zeker van wilde zijn dat ik bij een bank uit zou komen die oprecht wilde veranderen.

‘Zo kwam ik bij HSBC, de vijfde grootste bank in de wereld, die op dat moment flinke klappen kreeg. In de VS waren ze zich aan het voorbereiden op diepgravend onderzoek van justitie en de politiek naar witwaspraktijken in Mexico. Het was me binnen een kwartier duidelijk dat deze bank wel anders moest gaan communiceren en reorganiseren. Bij zo’n bank wilde ik werken, die zelf ook verandering wilde. ‘Aanvankelijk deed ik de wereldwijde communicatie voor de private banking activiteiten van HSBC, vanuit Zwitserland. In 2014 werd ik verantwoordelijk voor de wereldwijde communicatie van de divisie retail banking en wealth management in Londen.’

Vervolgens werd je Global Head of Communications. Hoe heb je HSBC door de crisis geleid?
‘Ik heb me zeker 75 procent van mijn tijd gericht op de interne communicatie en op het ontwikkelen van programma’s om collega’s te helpen het einde te zien van de lange zwarte tunnel waar we in zaten. Om ze gemotiveerd te houden en mee te nemen in de strategie van de bank, terug te koppelen wat we aan het doen waren, waarom we dat deden en wat de resultaten waren. Dat ben ik blijven herhalen. Intussen werkten we aan een scenario waarbij je weer over groei kunt gaan nadenken wanneer je uit die tunnel bent.’

Heb je je hart nu verpand aan interne communicatie? Ben je daarom sinds vorig jaar Head Group Internal Communications bij Credit Suisse in Zürich?
‘Credit Suisse is wat later begonnen met zijn veranderingsprogramma’s en ik vind het erg leuk om nogmaals een bank te begeleiden bij het achterlaten van de erfenissen uit het verleden en Credit Suisse om te bouwen tot een bank die mooie dingen kan doen in de toekomst.’

 

————————————————————————————
Herman Rutgers Executive & Interim Search onderhoudt al jaren contact met Nederlandse communicatieprofessionals in het buitenland, zoals Médard. “Ook hebben we een groot netwerk van internationale native speakers die in Nederland gevestigd zijn. Onze samenwerking met het in London gevestigde IthacaPartners is hier ook belangrijk in.  Hierdoor kunnen we aan de stijgende vraag naar internationale professionals in Nederland blijven voldoen.” aldus Petra Herman.

 

Door Astrid Prummel | Out in the Open

 

Privacy Voorkeuren

Noodzakelijk

Deze cookies houden je cookieinstellingen en sessie instellingen bij.

PHPSESSID,gdpr[consent_types],gdpr[allowed_cookies],pll_language

Analytics

Analytics cookies worden gebruikt voor statistische redenen.

_gid,_gat,_ga